Voor toekenning van een vergoeding voor immateriële schade bestaat in deze procedure geen grond. De gestelde schade als gevolg van de lange duur van de behandeling van de zaak staat in onvoldoende verband tot de onteigening om te kunnen worden aangemerkt als gevolg van de onteigening. De schade kan dan ook niet van de processuele wederpartij worden gevorderd. In geval van overschrijding van de redelijke termijn in een civiele procedure moet een daarop gerichte vordering tot schadevergoeding worden ingesteld in een afzonderlijke procedure uit onrechtmatige daad tegen het staatsonderdeel dat daarvoor aansprakelijk is. Dat is niet de eisende partij in deze procedure, te weten het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, maar het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Rechtbank Gelderland, 28-01/26 inzake ViA15 (ECLI:NL:RBGEL:2026:648)
Noot: voor immateriële schade / overschrijding redelijke termijn zie HR 28-03/14 inzake De Bilt (ECLI:NL:HR:2014:736)