Schade landbouwgrond door aanleg gasleiding

Alleen aanspraak op schadevergoeding van eigen schade eiser, en niet op vergoeding van schade van de zustervennootschappen onder dezelfde holding.  Voor het aannemen van vereenzelviging in het voordeel van een vennootschap is terughoudendheid geboden. Voor het aannemen van vereenzelviging moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. De subonderdelen miskennen bovendien dat ‘het vereenzelvigingsleerstuk’ op zichzelf genomen geen alternatieve grondslag kan zijn voor toewijzing van de schadevergoedingsvordering van [eiseres] . Als de vennootschappen [eiseres] en [A] al vereenzelvigd kunnen worden, dan is dat niet voldoende voor toewijzing van de schadevergoedingsvordering van [eiseres] . De vraag is namelijk niet of er kan worden vereenzelvigd, maar of de schade van [A] voor vergoeding in aanmerking komt. Het gaat er in dit geval dus om, zoals het hof terecht heeft onderkend, of de schade van [A] in aanmerking komt voor vergoeding op grond van de AVL 1995, onrechtmatige daad, ongerechtvaardigde verrijking, enz.

Het is vaste rechtspraak dat de onteigeningsrechter zelfstandig moet onderzoeken welke schadeloosstelling de onteigende moet ontvangen. Het toetsingskader in deze zaak betreft echter niet de Onteigeningswet of de daarop gebaseerde rechtspraak. Het hof heeft in cassatie onbestreden geoordeeld dat het toetsingskader afdeling 6.1.10 BW (artikelen over inhoud en omvang van schade) is, voor zover daarvan in de AVL 1995 niet is afgeweken. Noch uit afdeling 6.1.10 BW noch uit de AVL 1995 volgt dat de rechter in dit geval de plicht heeft die het subonderdeel voorstaat.

Conclusie A-G 23-01/26 inzake Gasunie (ECLI:NL:PHR:2026:103)

Noot: geen vereenzelviging en geen analogie Onteigeningsrecht. Zie onze eerdere publicatie naar aanleiding van arrest Gerechtshof, in de zaak waar René van Hoogmoed rechtbankdeskundige was.