Van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht

Erfpacht

zaterdag, 20 februari 2021

Vordering van drie erfpachters om de Gemeente te verbieden het door haar vastgestelde overstapbeleid uit te voeren zolang in de bodemzaak van andere erfpachters nog geen (al dan niet onherroepelijke) uitspraak is gedaan.

Aan [appellanten] kan worden toegegeven dat voor een overstap op eeuwigdurende erfpacht binnen de door de Gemeente gegeven termijn zoveel gunstiger voorwaarden gelden dan voor een overstap na afloop van die termijn, dat de vrijheid van de erfpachter om die termijn ongebruikt te laten verlopen redelijkerwijs als beperkt moet worden aangemerkt. Weliswaar bestaat ook nog de mogelijkheid de regeling van de berekening van de canon geheel ongewijzigd te laten, maar in een werkelijkheid van almaar stijgende onroerendgoedprijzen is de onzekerheid over de hoogte van de canon die inherent is aan voortdurende erfpacht, zeer onaantrekkelijk.

Belangenafweging:

De feitelijke omstandigheden  leiden ertoe dat het hof met de voorzieningenrechter van oordeel is dat het belang van [appellanten] bij het afwachten van de uitkomst van de procedure [A] c.s. slechts beperkt is en niet opweegt tegen het belang van de Gemeente om te kunnen voortgaan met de uitvoering van het overstapbeleid.

Gelijkheidsbeginsel:

Maar hoe dan ook is aannemelijk dat, zo niet alle, dan toch het overgrote deel van de erfpachters hun keuze zal moeten maken voordat in de procedure [A] c.s. definitief is beslist.

Daarbij komt dat bepaalde vormen van ongelijkheid nu eenmaal noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het feit dat de Gemeente niet in staat is alle (ongeveer 170.000) aanbiedingen tegelijkertijd de deur uit te doen

De grieven falen. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. [appellanten] zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep.

Gerechtshof Amsterdam 26-01/21 inzake gemeente Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2021:203)

Noot: belangenafweging valt uit in voordeel gemeente Amsterdam en het beroep van appelanten op het gelijkheidsbeginsel is tevergeefs.