Nadeelcompensatie bij verleggen kabels/leidingen: abnormale last

Bijzondere taxaties Nadeelcompensatie

vrijdag, 27 december 2019

Indien een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kent het bestuursorgaan de benadeelde desgevraagd een vergoeding toe. Voor het toekennen van nadeelcompensatie op grond van het beginsel van de gelijkheid voor de openbare lasten is vereist dat de schade uitstijgt boven het normale maatschappelijke risico of normale ondernemersrisico (abnormale last). Bij het normale maatschappelijke risico of normale ondernemersrisico gaat het om algemene maatschappelijke ontwikkelingen en nadelen waarmee de burger of ondernemer rekening kan houden, ook al bestaat geen concreet zicht op de omvang waarin, de plaats waar en het moment waarop deze zich concretiseren en de omvang van de nadelen die daaruit eventueel zullen voortvloeien. In zeer veel gevallen, wanneer de schade niet bijzonder groot is of wanneer de wijze van uitvoering van de overheidsmaatregel niet afwijkt van wat gebruikelijk is, bestaat geen aanleiding voor vergoeding van eventuele schade, omdat deze tot het normale maatschappelijke risico van de burger of het normale ondernemersrisico van de ondernemer behoort.

10.7.    De invulling van het normale maatschappelijke risico of het normale ondernemersrisico is afhankelijk van alle relevante omstandigheden van het geval. Van belang zijn onder meer de aard van de schadeveroorzakende maatregel (tijd, duur, plaats, ontstaanswijze en andere relevante omstandigheden), de aard, ernst en omvang van de schade en de vraag of de ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag.

10.8.    Het verleggen van kabels en leidingen in verband met werkzaamheden aan de infrastructuur is een normale maatschappelijke ontwikkeling, waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van de benadeelde ondernemer dienen te blijven.

In dit geval gaat het om het verleggen van kabels die al geruime tijd bij de rotonde Wogmeer (sinds het jaar 1976) en bij de Oostergouw (sinds het jaar 1998) in de grond lagen. De liggingsduur is van belang voor de beslissing op een verzoek om nadeelcompensatie. De vergunninghouder kan immers niet rekenen op een recht van een ongestoorde ligging tot in lengte van jaren. Met het verstrijken van de tijd neemt het risico van een gerechtvaardigde inbreuk op dat recht navenant toe. Liander diende in haar bedrijfsvoering dus rekening te houden met de mogelijkheid dat zij kabels en leidingen moest verleggen.

Niet in geschil is dat het realiseren van de Westfrisiaweg – en daarmee ook de noodzaak tot het verleggen van kabels – in ieder geval sinds het jaar 2007 voor Liander voorzienbaar was. Dat Liander, naar zij stelt, vooraf geen mogelijkheden had om te voorkomen dat zij schade zou lijden, betekent niet per definitie dat zij de schade op de overheid kan afwentelen. Voor tal van risicofactoren, zoals weersgesteldheid, invloed van de seizoenen, ziekte van werknemers, stakingen, normale omzetschommelingen en economische recessie, geldt immers dat de betrokken ondernemer daarop geen invloed heeft. Dit soort risicofactoren zijn inherent aan het drijven van een onderneming en de daardoor geleden schade behoort in beginsel tot het normale ondernemersrisico.

Liander heeft het college verzocht om een vergoeding van in totaal € 52.995,80 voor de kosten van het verleggen van kabels. Zij heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat deze kostenpost voor haar een abnormale last betekent. Deze kostenpost valt immers in het niet bij de op haar website vermelde bedrijfsresultaten op jaarbasis in de schadeperiode.

Onder deze omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat de door Liander geleden schade niet onder het normale ondernemersrisico valt. Toetsing aan het beginsel van de gelijkheid voor de openbare lasten leidt tot de conclusie dat Liander niet tekort is gedaan met een tegemoetkoming in die schade van in totaal € 32.034,33.

10.9.    Het betoog faalt.

ABRS 24-12/19 inzake provincie Noord-Holland / Liander (ECLI:NL:RVS:2019:4456)