Toegenomen concurrentie: geen basis tegemoetkoming planschade

Planschade

vrijdag, 2 november 2018

[appellant a] en [appellante b] zijn eigenaar van een pand aan het [locatie] in Hengelo. Het pand is ingericht voor het gebruik als supermarkt. Op 21 oktober 2015 hebben zij het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade, bestaande uit inkomensderving en waardevermindering van het pand, die zij hebben geleden door de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Veldwijk Noord – Winkelcentrum, waarin onder meer op een afstand van ongeveer 500 meter van hun pand detailhandel met een maximaal bruto vloeroppervlak van 3.000 m2 mogelijk is gemaakt.

ABRS: Toegenomen concurrentie kan onder omstandigheden weliswaar worden aangemerkt als een gevolg van een planologische wijziging, maar dit is geen ruimtelijk relevant gevolg daarvan (vergelijk de uitspraak van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2582).

Weliswaar heeft de keuze van de raad om het nieuwe bestemmingsplan vast te stellen mogelijk tot gevolg gehad dat de concurrentie in Hengelo op het gebied van de verhuur van panden voor het gebruik als supermarkt is toegenomen, maar dit maakt nog niet dat de afgenomen verhuurbaarheid van het pand van [appellant a] en [appellante b] als een ruimtelijk relevant gevolg van het vaststellingsbesluit moet worden gezien. Daarbij is van belang dat de leegstand van het pand van [appellant a] en [appellante b] niet het gevolg is van de planologische maatregel op zichzelf, zoals bijvoorbeeld het geval is bij wegverleggingen of een andere ruimtelijke ontwikkeling waardoor de omgeving minder aantrekkelijk wordt voor het gebruik van het pand voor detailhandel, maar enkel voortvloeit uit de toegenomen concurrentie, hetgeen ruimtelijk gezien niet relevant is.

ABRS 31-10/18 inzake Hengelo (ECLI:NL:RVS:2018:3518)

Noot: in het licht van eerder uitspraken van De Afdeling een weinig verrassende conclusie. Maar voor gelaedeerde lastig te begrijpen dat zijn schade een niet ruimtelijke relevant gevolg is van de bestemmingswijziging.