Riskant stilzitten bij directe planschade

Planschade

vrijdag, 2 november 2018

1.
Niet benutte voormalige bouwmogelijkheden betekent passieve risico aanvaarding.

Voor zover [appellante] heeft betoogd dat de rechtbank eraan voorbij is gegaan dat zij reeds beschikte over een bouwvergunning, overweegt de Afdeling als volgt. Vaststaat dat het college bij besluit van 6 oktober 2008 een bouwvergunning met vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening aan de rechtsvoorganger van [appellante] heeft verstrekt voor het gedeeltelijk vernieuwen van winkelruimtes en nieuwbouw van in totaal 12 appartementen in de panden [locaties B tot en met D]. Daarmee beschikte zij over een bouwvergunning waarmee onder meer de bouw- en gebruiksmogelijkheden die het oude bestemmingsplan voor het pand [locatie A] bood maximaal werden benut. De inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan stond aan deze benutting niet in de weg. [appellante] heeft echter geen nadere concrete stappen ondernomen om de met deze vergunning verkregen bouwmogelijkheden te realiseren, kennelijk omdat zij niet van alle panden eigenaar was. Zij heeft evenmin een poging gedaan een vergunning te verkrijgen voor alleen het perceel [locatie A] waarmee de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het oude plan ten volle zouden worden benut. Dit kon van haar worden verlangd, nu zij van dat perceel eigenaar was en alleen voor dat perceel een verzoek om planschadevergoeding kon indienen. Dat leidt tot de slotsom dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college terecht aan [appellante] passieve risicoaanvaarding heeft tegengeworpen en het verzoek om een tegemoetkoming in planschade terecht heeft afgewezen.

ABRS 31-10/18 inzake Oost Gelre (ECLI:NL:RVS:2018:3521)

2.
Koopovereenkomst Eibergen

Voor de beantwoording van de vraag of de aanvrager het risico dat de onder het oude planologische regime bestaande bouw- of gebruiksmogelijkheden op diens perceel zouden vervallen passief heeft aanvaard, is van belang of de voortekenen van de nadelige planologische wijziging reeds enige tijd zichtbaar waren.

Indien wordt geoordeeld dat de nadelige planologische wijziging voorzienbaar was, dient vervolgens de vraag beantwoord te worden of onder het oude planologische regime concrete pogingen tot realisering van de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn ondernomen. Het risico op verwezenlijking van planologisch nadeel wordt geacht passief te zijn aanvaard als er voorzienbaarheid is en indien geen concrete pogingen zijn gedaan tot realisering van de bouw- en gebruiksmogelijkheden die onder het nieuwe planologische regime zijn komen te vervallen, terwijl dit van een redelijk denkende en handelende eigenaar, vanaf de peildatum voor voorzienbaarheid, kon worden verlangd. Zie de uitspraak van de Afdeling van 28 september 2016, onder 5.32 en 5.34 (ECLI:NL:RVS:2016:2582).

Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de planologische verandering voor [appellant] voorzienbaar werd door de terinzagelegging van het voorontwerp van het nieuwe bestemmingsplan op 13 april 2011. [appellant] heeft na die datum geen actie ondernomen om de bouwmogelijkheden op perceel 945 alsnog te realiseren, terwijl dat wel van hem kon worden verlangd. Anders dan [appellant] betoogt, maakt de overeenkomst niet dat het college hem niet kan tegenwerpen dat hij geen actie heeft ondernomen. Het hiervoor onder 5 aangehaalde beding in de overeenkomst, waarop [appellant] in deze procedure een beroep doet, bevat immers geen verplichting of beperking voor de gemeente, maar een bouwplicht voor [appellant]. Hierom lag het temeer voor hand dat [appellant] over het voorontwerp contact zou opnemen met de gemeente, aangezien het nieuwe bestemmingsplan de bouw van woningen op perceel 945 niet meer toestaat.

ABRS 31-10/18 inzake Berkelland (ECLI:NL:RVS:2018:3548)