WOZ in relatie tot planschade (en art. 40b Ow)

Planschade

zaterdag, 20 oktober 2018

De Afdeling overweegt dat een verschil met de in het kader van de WOZ vastgestelde waarde van een onroerende zaak niet zonder meer aanleiding vormt om een taxatie in het kader van de bepaling van de omvang van planschade onjuist te achten. Bij de vaststelling van de WOZ-waarde is doorgaans de feitelijke situatie bepalend en wordt geen rekening gehouden met de maximale mogelijkheden van het planologisch regime vóór en na de peildatum. Dit neemt evenwel niet weg dat van het bestuursorgaan kan worden verlangd dat het zijn besluit van een nadere motivering voorziet in geval een aanzienlijk verschil tussen de WOZ-waarde en de taxatie in het kader van planschade bestaat (zie de overzichtsuitspraak van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2582). Gelet op het aanzienlijke verschil tussen de getaxeerde waarde van de woningen door het Kenniscentrum en de vastgestelde WOZ-waarden, heeft de rechtbank reeds hierom terecht geoordeeld dat een concreet aanknopingspunt bestond voor twijfel aan de juistheid van de adviezen van het Kenniscentrum. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat het verschil tussen deze waarden in het kader van de planschadeverzoeken nader had dienen te worden gemotiveerd door het college.

ABRS 17-10/18 inzak Oud-Beijerland (ECLI:NL:RVS:2018:3360)

Noot: geen nieuws. Voor relatie WOZ en werkelijke waarde onteigening (art. 40 b Ow zie Rb Haarlem 07-07/10 (ECLI:NL:RBHAA:2010:BN1969) rov 2.17.

“De taxatie van deskundigen in het kader van de onteigening is toegesneden op de omstandigheden van het geval en is tot stand gekomen na beoordeling ter plaatse. Taxaties ingevolge de Wet WOZ vinden in het algemeen niet plaats na beoordeling ter plaatse, en er is gesteld noch gebleken dat zulks in dit geval anders is. Bovendien hebben WOZ-taxaties een andere doelstelling en is het toetsingskader van de Wet WOZ anders dan het onderhavige toetsingskader, zodat de waarde die in een WOZ-procedure aan onroerend goed wordt toegekend betekenis mist in het kader van een onteigeningsprocedure.”